Van wijkwinkelcentrum naar ‘hot spot’ van de wijk
Wijkwinkelcentra zijn van oudsher plekken waar mensen hun dagelijkse boodschappen doen. Ze zijn vertrouwde ankerpunten in buurten en wijken: dichtbij, herkenbaar en voor vrijwel iedereen toegankelijk. Juist daar komen economie, leefbaarheid, ontmoeting en dienstverlening samen. Althans, in theorie. Want in de praktijk krijgen deze centra in beleid en investeringsprogramma’s aanzienlijk minder aandacht dan binnensteden en dorpscentra. Dat is een gemiste kans.
Nederland telt honderden wijkwinkelcentra en een deel daarvan dreigt zonder tijdige koerswijziging, serieus terrein te verliezen. De opgave is daarom helder: ontwikkel het wijkwinkelcentrum door van functionele winkelvoorziening naar volwaardig centrumgebied   – een hotspot van het dagelijks leven in de wijk.
Een sterk fundament, maar geen vanzelfsprekende toekomst
Het klassieke wijkwinkelcentrum is planmatig ontwikkeld rondom één krachtige basisfunctie: dagelijkse boodschappen, met de supermarkt als belangrijkste trekker. Dat model heeft decennialang stabiel gefunctioneerd en wijkwinkelcentra gelden bij beleggers in vastgoed nog altijd als weinig riskant. Het wijkwinkelcentrum wordt als stabiele, veilige haven gezien. Immers: dagelijkse aankopen gaan altijd door, en trekken zich weinig aan van hoog- of laagconjunctuur.
Maar de omstandigheden veranderen snel. Non-foodbranches verdwijnen, het aantal huurcontracten neemt af en de voortdurende vraag naar extra winkelmeters vlakt af. Ook supermarktorganisaties kiezen kritischer: minder vestigingen, grotere en betere winkels op de sterkste locaties. Vooral kleinere, oudere of minder gunstig gelegen centra lopen daardoor risico op functieverlies, leegstand en afnemende betekenis voor de wijk.
Daar komt bij dat het traditionele vastgoed-verdienmodel hapert. Vernieuwing van het wijkcentrum kon lange tijd worden betaald uit uitbreiding, stijgende huren en schaalvergroting. De laatste 10 jaar is sprake van ruimteoverschot, dalende huren, hoge bouwkosten en complexe gebiedsopgaven. Tegelijk stapelen publieke ambities zich op: vergroening, klimaatadaptatie, verduurzaming, woningbouw, veranderende mobiliteit en een aantrekkelijkere openbare ruimte. Deze ambities zijn terecht, maar vragen om maatwerk en een gezamenlijke businesscase. Wie blijft sturen op het winkelcentrum van gisteren, vergroot het risico dat professionele eigenaren afhaken, eigendom versnipperd raakt en investerings-kracht verdampt.
Het perspectief: het centrumgebied als hotspot van de wijk
De toekomst ligt niet in méér van hetzelfde, maar in een bredere betekenis voor de wijk. De boodschappenfunctie blijft het fundament, maar wordt aangevuld met zorg, horeca, dienstverlening, cultuur, ontmoeting, werken, sport, ambacht en wonen. Zo ontstaat een plek die meerdere bezoekdoelen biedt, gedurende meer uren van de dag relevant is, meer doelgroepen aanspreekt en beter aansluit op maatschappelijke behoeften. De centrale ligging, dagelijkse bezoekersstromen en vertrouwdheid bij bewoners geven wijkwinkelcentra hiervoor een uitzonderlijk sterke uitgangspositie. Zeker voor ouderen, jongeren, minder mobiele bewoners en zzp’ers kan het wijkcentrum uitgroeien tot de vanzelfsprekende nabijheidsplek met meerdere bezoekdoelen.
Brede waarde vormt de nieuwe businesscase
Een toekomstbestendig wijkcentrum creëert meerdere waarden tegelijk.
- De gebruikswaarde groeit door een mix van winkels, horeca, zorg, werk en maatschappelijke functies.
- De sociale waarde zit in ontmoeting, events, buurtactiviteiten en voorzieningen die eenzaamheid helpen tegengaan.
- De economische waarde neemt toe wanneer lokale ondernemers, ambacht, kleinschalige bedrijvigheid en flexibele werkconcepten ruimte krijgen.
- De bestaanswaarde ontstaat door een herkenbare en aantrekkelijke plek waarmee bewoners zich identificeren.Â
- De ecologische waarde wordt versterkt door vergroening, klimaatadaptatie, langzaam verkeer en multifunctioneel ruimtegebruik.
- Tot slot biedt de woonwaarde perspectief: een aantrekkelijk centrum verhoogt de kwaliteit van de omliggende woonomgeving en maakt woningbouw boven en rond voorzieningen kansrijker.
Juist deze stapeling van waarden maakt functieverbreding ook economisch relevant. Meer bezoekmotieven, langere verblijfsduur, een aantrekkelijker woonmilieu en een grotere lokale betrokkenheid dragen bij aan stabielere exploitatie en duurzame vastgoedwaarde. Publieke doelen en private rendementen staan daarmee niet tegenover elkaar: in een goed ontwikkeld wijkcentrum versterken zij elkaar.
Van perspectief naar uitvoering: zes acties
- Maak een gebiedsgerichte visie. Beoordeel centra niet geïsoleerd, maar als onderdeel van de totale voorzieningenstructuur, inclusief andere winkelgebieden, bedrijventerreinen, maatschappelijke voorzieningen en woningbouwlocaties.
- Differentieer en prioriteer. Hét wijkwinkelcentrum bestaat niet. Breng per centrum verzorgingsgebied, concurrentie, leeftijd, eigendom, ruimtelijke kwaliteit en ontwikkelkracht in beeld. Maak keuzes en investeer gericht waar transformatie nodig én kansrijk is. Bied alternatieve perspectieven voor slecht functionerende winkelgebieden
- Gebruik leegstand om nieuwe functies toe te voegen. Breng nieuwe, passende functies naar het wijkwinkelcentrum, zoals horeca met terras, een medisch cluster, een maatschappelijk centrum, sportschool, ambacht, kleinschalige bedrijvigheid en culturele functies (bibliotheek), pas deze ruimtelijk en stedenbouwkundig goed in
- Verbind woningbouw en voorzieningen. Benut verdichting en inbreiding om draagvlak, levendigheid en sociale veiligheid te vergroten. Nieuwe woningen kunnen de vernieuwing van het centrum ondersteunen; een sterk centrum verhoogt op zijn beurt de woonkwaliteit.
- Maak experiment mogelijk. Geef ruimte aan tijdelijk gebruik, plug-and-play-units, lagere instaphuren en combinaties van functies. Flexibele planologische kaders en actief centrummanagement helpen nieuwe concepten sneller van de grond.
- Organiseer gezamenlijke regie. Gemeenten, eigenaren, ondernemers en maatschappelijke partijen moeten vroegtijdig rond één tafel. Leg ambities, investeringen, fasering en verantwoordelijkheden vast in een gezamenlijke uitvoeringsagenda.
Oproep aan de twee belangrijkste partijen
Om echt werk te maken van bovengenoemde acties, is het belangrijk dat de twee belangrijkste actoren in beweging komen en daarvoor is het nodig dat zij elkaars belang goed begrijpen. De belegger moet meer openstaan voor nieuwe invullingen, ook al is hij daar van oudsher minder mee bekend. Experimenteren met andere functies vraagt om een iets meer vernieuwende en iets minder risicomijdende houding. Tegelijk moet de gemeente actief sturen op een veel bredere functie van de wijkwinkelcentra, door niet alleen op deze locaties aanvullende functies toe te staan, maar samen met eigenaren actief te zoeken naar ontwikkelmogelijkheden. En te voorkomen dat het stapelen van allerlei wensen en eisen ertoe leidt dat de belegger zijn plannen niet doorzet.
De tijd om te handelen is nu
Veel wijkwinkelcentra functioneren vandaag nog redelijk tot goed. Precies daarom is dit het moment om te handelen: niet vanuit crisis, maar vanuit kracht. Door nu te investeren in visie, functieverbreding, samenwerking en flexibiliteit voorkomen we dat centra pas aandacht krijgen wanneer leegstand en versnippering al zijn ingetreden. De keuze is niet tussen winkel of welzijn, tussen rendement of leefbaarheid. De opgave is om deze belangen in één gebiedsgerichte aanpak te verbinden.
Erken wijk(winkel)centra als strategische centra van het dagelijks leven en geef ze een volwaardige plek in gemeentelijk beleid, investeringsagenda’s en gebiedsontwikkeling. Met maatwerk, gezamenlijke regie en ruimte voor vernieuwing kunnen zij uitgroeien tot hotspots van de wijk — economisch vitaal, sociaal betekenisvol en duurzaam verankerd in hun omgeving.
Oproep van Ginder
Deze visie van Ginder werd gepresenteerd tijdens een discussiebijeenkomst van Kern tijdens vastgoedbeurs Comvast 2026. Een verslag met ook de andere deelnemers aan de discussie (Arno Ruigrok en Rene Vierkant) is te vinden op: //www.kern.nl/blog/comvast26-een-top-vastgoeddag-met-een-goede-kernsessie/
Met dank aan (auteur van deze position paper): Jan Willem Speetjens, senior adviseur bij Ginder
