| |

Meerwaarde van centrumgebieden verschuift van economisch naar maatschappelijk

Tijdens het Kern jaarcongres benadrukken vier oud-voorzitters van Kern (voorheen Nationale Raad Winkelgebieden – NRW) de noodzaak van een verschuiving van een pure focus op financiële waarde van stadscentra naar maatschappelijke waarde, waarbij flexibiliteit, functiemenging (zoals zorg en wonen) en samenwerking tussen overheid en marktpartijen cruciaal zijn voor de toekomst van levendige stadscentra.

Het Kern jaarcongres was dit jaar ook een 40-jarig jubileumfeestje van organisatie. Om die reden waren oud-voorzitters uitgenodigd om terug te blikken en vooruit te kijken.

Bert van Stek is vertegenwoordiger van het eerste decennium van NRW (jaren ’80) en hij beschrijft de pioniersfase, waarin planmatige winkelcentrumontwikkeling voortkwam uit naoorlogse stadsuitbreidingen. Hij benadrukt dat vroege, uit het buitenland overgenomen concepten (zoals hypermarkten) faalden omdat Nederlanders de voorkeur geven aan winkelen op de begane grond. NRW werd opgericht voor kennisuitwisseling en professionalisering. Hij wijst op de niet-kopieerbare waarde van de sfeer in oude vestingsteden en het belang van samenwerking tussen diverse functies om de totale aantrekkelijkheid te vergroten.

Pieter Affourtit vertegenwoordigt het tweede decennium; een periode van schaalvergroting en liberalisering. NRW nam in zijn tijd een meer opiniërende rol aan. De focus verschoof naar de consument door de introductie van research. Hij benadrukt het belang van samenwerking tussen overheid en marktpartijen om de kwaliteit van binnensteden te verhogen.

Gerard Groener was actief voor NRW in het lastige het derde decennium, getekend door de financiële crisis (2008) en de opkomst van e-commerce. De crisis legde investeringen stil, wat leidde tot veroudering van winkelvastgoed. Tegelijkertijd dwong e-commerce eigenaren om zich via data te verdiepen in de consument.

Marrit Laning staat voor het vierde decennium, waarin de transformatie van NRW naar Kern plaatsvond en de coronapandemie een bepalende rol speelde. Ze benadrukt de veerkracht en het belang van een divers bestuur tijdens de crisis. Ze pleit sterk voor ‘mixed-use’ als antwoord op de structurele leegstand die door corona versneld is, met een focus op maatschappelijke waarde boven puur financieel rendement.

Dagvoorzitter Frank Quix, met een achtergrond in vastgoedontwikkeling, slaat een brug van het verleden naar de toekomst. Hij benadrukt de noodzaak van vernieuwing in retail om consumenten te prikkelen. Hij stelt dat compactheid en variatie essentieel zijn en roept op tot het omarmen van nieuwe functies zoals zorg en onderwijs, gedreven door de creativiteit van de jonge generatie.

Ook de oud voorzitters worden uitgedaagd om vanuit de lessen uit het verleden een advies voor toekomstige ontwikkelingen mee te geven.

De discussie over de moeizame relatie tussen overheid en marktpartijen is een terugkerend thema. Vanuit overheden wordt gewezen op de grote winstbehoefte van projectontwikkelaars. Maar heeft de overheid niet meer heeft verdiend aan grondprijzen dan ontwikkelaars?

“De wil tot samenwerking ontbreekt soms. Bij de overheid heerst het beeld dat ontwikkelaars veel geld verdienen, wat leidt tot hoge grondprijzen. De overheid zou veel meer gebruik moeten maken van marktkennis.”

Groener

Binnensteden hebben een regionale functie en veel bezoekers komen met de auto. Gemeenten die auto’s weren, schaden de vitaliteit van hun centrum.

Affourtit

Voor de toekomst pleiten de sprekers voor ‘mixed-use’ (functiemenging) met wonen, zorg en cultuur om eenvormigheid tegen te gaan en steden levendig te houden. De focus moet verschuiven van puur financieel rendement naar maatschappelijke waarde, waarbij creativiteit, flexibiliteit en het omarmen van de unieke identiteit van steden cruciaal zijn voor succes.

Nog enkele take-aways uit het congres:

  • De eenvormigheid van binnensteden (overconcentratie van ‘fast fashion’ en ‘fast food’) heeft geleid tot vervreemding en is een fundamenteel probleem.
  • Mixed-use’ (functiemenging) met wonen, zorg, onderwijs en cultuur wordt gezien als de onvermijdelijke oplossing voor stedelijke problemen; de uitdagingen van retail kunnen niet met retail alleen worden opgelost.
  • Crises zoals de financiële crisis en de coronapandemie hebben de retailsector gedwongen te innoveren, met een sterkere focus op consumentendata en nieuwe samenwerkingsvormen.
  • Er is een verschuiving nodig van puur financieel denken naar het creëren van maatschappelijke waarde en verbinding binnen de gemeenschap.
  • De unieke, historische identiteit en compactheid van steden zijn cruciale troeven die beter benut moeten worden om aantrekkingskracht te behouden.
  • Toekomstige stadsontwikkeling vereist flexibiliteit, creativiteit en een brede samenwerking tussen overheid, beleggers, ontwikkelaars en andere maatschappelijke partijen.

Meer informatie: Jaarcongres 2026 – Kern

twitteryoutubetwitteryoutube
twitterlinkedintwitterlinkedin