Meer inkomsten uit parkeergelden gaat ten koste van aantrekkelijkheid winkelgebieden
Het FD publiceerde deze week een analyse, waaruit blijkt de parkeerinkomsten van de grote Nederlandse gemeenten sterk toenemen. Het zijn niet-geoormerkte inkomsten, waarmee de gemeenten hun begroting relatief eenvoudig sluitend kunnen maken. Er is verzet vanuit retailers en inwoners. Winkeliers zien een verschuiving van hun klanten naar gebieden zonder betaald parken.
Parkeergeld wordt steeds belangrijker
Nederlandse gemeenten begrootten voor 2025 bijna 1,5 miljard euro aan opbrengsten uit parkeerheffingen. Dat was 154 miljoen euro, ofwel 11,6 procent, meer dan een jaar eerder. Volgens het CBS kwam de stijging vooral voor rekening van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Arnhem en Breda. In deze steden werden de tarieven verhoogd en werd het gebied met betaald parkeren uitgebreid.
Het aandeel van parkeergeld in alle gemeentelijke heffingsopbrengsten stijgt al langer. In 2017 was dat aandeel 8,1 procent; in 2025 was het opgelopen tot 10,3 procent. Parkeerheffingen behoren inmiddels samen met de onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing tot de vier grootste gemeentelijke heffingen.
Voor gemeenten heeft parkeergeld een aantrekkelijk financieel kenmerk: de opbrengsten behoren tot de algemene middelen en zijn vrij besteedbaar. Afvalstoffen- en rioolheffingen mogen niet hoger zijn dan de kosten van de bijbehorende voorzieningen, maar voor parkeerbelasting geldt die beperking niet. Daardoor kan de opbrengst ook worden ingezet om tekorten op andere beleidsterreinen op te vangen.
Rotterdam breidt betaald parkeren uit
Het Financieele Dagblad beschreef hoe de financiële functie van betaald parkeren steeds zwaarder gaat wegen. Rotterdam wil in vier jaar tijd in dertien nieuwe wijken betaald parkeren invoeren. De gemeente verwacht daarmee in die periode ongeveer 236 miljoen euro extra op te halen. Nesselande is als eerste aan de beurt. Ook Utrecht breidt het gebied met betaald parkeren de komende jaren verder uit.
Gemeenten onderbouwen de maatregelen met de schaarse ruimte op straat en de noodzaak om parkeerdruk te reguleren. Tegelijkertijd staan de gemeentelijke financiën onder druk door stijgende uitgaven, eigen beleidsambities en lagere bijdragen vanuit het Gemeentefonds. Betaald parkeren krijgt daardoor steeds nadrukkelijker ook de functie van inkomstenbron.
In Rotterdam nam het aandeel van de parkeerbelasting in de totale gemeentelijke heffingsopbrengsten volgens de analyse van het FD in negen jaar toe van ongeveer 15 naar 25 procent. In Den Haag steeg dit aandeel in dezelfde periode van circa 15 naar 23 procent. Daarmee groeit ook de begrotingsafhankelijkheid van automobilisten die in de stad parkeren.
Concurrentie tussen winkelgebieden
Voor winkelgebieden kan de uitbreiding van betaald parkeren de concurrentieverhoudingen veranderen. Dat geldt vooral wanneer een winkelcentrum dicht bij de gemeentegrens ligt en bezoekers binnen korte afstand een alternatief hebben waar parkeren gratis is. De parkeerheffing wordt dan een zichtbaar onderdeel van de keuze tussen twee winkelgebieden.
Manager René Schendstok van het winkelcentrum in Nesselande verwacht dat bezoekers zullen uitwijken. Tegen het FD zegt hij: “Bezoekers zullen naar het winkelcentrum gaan in Nieuwerkerk aan den IJssel, net buiten Rotterdam. Dat kost omzet.”
De casus laat zien dat parkeerbeleid niet ophoudt bij de gemeentegrens. De extra inkomsten komen in Rotterdam terecht, terwijl het mogelijke omzetverlies wordt gedragen door lokale winkeliers en vastgoedeigenaren. Een winkelcentrum in een buurgemeente kan juist profiteren. Voor gebiedsmanagers en ondernemersverenigingen is het daarom belangrijk om parkeerplannen niet uitsluitend als verkeersmaatregel te beoordelen, maar ook als factor in de regionale concurrentiepositie.
Gratis of betaald is doorslaggevend
Winkelgedragsonderzoeker Hans van Tellingen van Strabo ziet in zijn onderzoeken dat vooral de overgang van gratis naar betaald parkeren effect heeft. Een beperkt verschil tussen twee bestaande uurtarieven zou voor consumenten minder zwaar wegen. Volgens hem ontstaat de grootste psychologische en praktische drempel wanneer bezoekers voor het eerst moeten betalen op een locatie waar parkeren eerder gratis was.
Strabo meldt op basis van eerdere onderzoeken dat winkelgebieden waar betaald parkeren werd ingevoerd na een gratis situatie soms tot 20 procent aan bezoekers en tot 30 procent aan omzet verloren. Omgekeerd zag het bureau bij centra die overstapten van betaald naar gratis parkeren gemiddeld meer bezoekers en omzet. Dit zijn onderzoeksresultaten van Strabo; het precieze effect verschilt per locatie en hangt ook samen met het aanbod, de kwaliteit van het gebied en de nabijheid van alternatieven.
Autobezoeker vertegenwoordigt groot omzetaandeel
Van Tellingens tweede argument betreft het omzetaandeel van automobilisten. Uit Strabo-onderzoek in 72 winkelcentra en winkelgebieden over de periode 2018 tot en met 2023 blijkt dat gemiddeld 46 procent van de bezoekers met de auto komt. Deze groep zou 61 procent van de retailomzet vertegenwoordigen.
Voor binnensteden rapporteert Strabo een aandeel van 38 procent autobezoekers, die samen goed zijn voor 55 procent van de winkelomzet. De cijfers betekenen dat het aantal bezoekers alleen onvoldoende zegt over het economische effect van parkeerbeleid. Als vooral bezoekers met relatief hoge bestedingen wegblijven, kan een beperkte daling van het autobezoek een groter effect op de winkelomzet hebben.
Parkeerbeleid vraagt bredere afweging
De sterke groei van de parkeerinkomsten maakt een bredere economische afweging noodzakelijk. Gemeenten zouden vooraf in kaart moeten brengen welk aandeel van de bezoekers met de auto komt, waar zij vandaan komen, hoeveel zij besteden en welke gratis alternatieven in de omgeving beschikbaar zijn. Na invoering zijn metingen nodig van bezoekersaantallen, verblijfsduur, omzetontwikkeling en leegstand.
Zonder die informatie dreigt betaald parkeren vooral een begrotingsmaatregel te worden. De gemeente ontvangt dan meer inkomsten, maar bewoners betalen hogere lasten en ondernemers kunnen klanten zien vertrekken. Voor winkelgebieden is de kernvraag daarom niet hoeveel parkeerbelasting maximaal kan worden opgehaald, maar welk parkeerbeleid nodig is om het gebied bereikbaar, aantrekkelijk en economisch gezond te houden.
Meer informatie:
- CBS Gemeenten verwachten 14,4 miljard euro aan heffingsopbrengsten in 2025
- NU.nl: Gemeenten breiden betaald parkeren uit vanwege financiële tekorten
- FD.nl (achter betaalmuur): Betaald parkeren levert grote gemeenten steeds meer inkomsten op
- Strabo De effecten van de autoluwe binnenstad
- Hans van Tellingen Creëer meer winkelomzet met gratis parkeren
