Kennis over problematiek als basis om winkeldiefstal te beteugelen

Winkeldiefstal is in Nederland een structureel en hardnekkig probleem, met een omvang die zich lastig exact laat vaststellen. Retailers draaien op voor de schade. In een inventariserend rapport door Ipsos I&O wordt de problematiek in beeld gebracht en worden ook oplossingsrichtingen besproken..

Voor 2024 wordt het aantal waargenomen winkeldiefstallen geschat op tussen de 647.000 en ruim 1 miljoen incidenten. Dat komt neer op gemiddeld bijna één diefstal per winkel per maand. Door het aanzienlijke ‘dark number’ – incidenten die niet worden geregistreerd of herkend – ligt de werkelijke omvang waarschijnlijk hoger.

De economische impact is substantieel. De directe schade door omzetderving bedraagt naar schatting €39 tot €60 miljoen voor waargenomen diefstallen en kan oplopen tot €245 miljoen wanneer vermoedelijke incidenten worden meegerekend. Daarnaast is er sprake van aanzienlijke indirecte schade, zoals tijdverlies voor afhandeling en verstoringen in voorraadbeheer. In een sector met dunne marges en toenemende concurrentie zet dit extra druk op ondernemers.

Winkeldiefstal komt voor in alle segmenten van de detailhandel, maar de intensiteit verschilt sterk. Grootschalige winkels met een hoge bezoekersdynamiek en beperkte sociale controle zijn kwetsbaarder dan kleinschalige winkels waar personeel en klanten elkaar kennen. Ook de inrichting van de winkel en de mate van overzicht spelen een belangrijke rol. Dit betekent dat uniforme maatregelen onvoldoende effectief zijn; maatwerk is noodzakelijk.

Tegelijkertijd ligt de sleutel tot een effectieve aanpak niet alleen op individueel winkelniveau, maar juist in samenwerking op gebiedsniveau. Ondernemers, vastgoedeigenaren, beveiligingspartijen en gemeenten kunnen gezamenlijk een veel hogere weerbaarheid realiseren.

  • Een eerste belangrijke maatregel is het organiseren van structurele samenwerking en informatie-uitwisseling. Door verdachte patronen, bekende daders en nieuwe werkwijzen actief te delen – bijvoorbeeld via ondernemersverenigingen of lokale veiligheidsnetwerken – ontstaat sneller inzicht en kan gerichter worden gehandeld.
  • Daarnaast is gezamenlijke inzet van toezicht en technologie effectief. Denk aan collectieve camerabewaking in winkelgebieden, inzet van mobiele surveillancediensten en het gebruik van slimme detectiesystemen bij zelfscankassa’s. Door deze voorzieningen te bundelen, worden kosten gedeeld en ontstaat een dekkender veiligheidsnet.
  • Ook uniforme afspraken en protocollen dragen bij aan een krachtiger aanpak. Heldere richtlijnen over hoe personeel handelt bij diefstal, wanneer aangifte wordt gedaan en hoe incidenten worden geregistreerd, vergroten de consistentie en verhogen de pakkans. Cruciaal hierbij is dat ondernemers daadwerkelijk aangifte doen; zonder registratie blijft het probleem onder de radar.
  • Tot slot speelt de fysieke inrichting van winkel en gebied een rol. Goede zichtlijnen, strategische productplaatsing en voldoende personele aanwezigheid verkleinen de gelegenheid tot diefstal. Op gebiedsniveau kunnen verlichting, routing en verblijfskwaliteit bijdragen aan sociale controle.

De kern is dat winkeldiefstal een dynamisch fenomeen is. Maatregelen die vandaag effectief zijn, kunnen morgen worden omzeild. Alleen door continu te monitoren, samen te werken en adaptief te handelen, kunnen ondernemers en winkelgebieden de impact structureel beperken.

Meer informatie: Rapport ‘Buiten beeld. De aard, omvang en modi operandi van winkeldiefstal en de weerbaarheid van de Nederlandse detailhandel’

twitteryoutubetwitteryoutube
twitterlinkedintwitterlinkedin