| | |

Bezoekersdrukte in centrumgebieden 8,4% lager in eerste kwartaal 2026

In het eerste kwartaal van 2026 kwam het aantal passanten in Nederlandse centrumgebieden gemiddeld 8,4% lager uit dan in hetzelfde kwartaal van 2025. Dit blijkt uit de meest recente analyse van de Nationale Bezoekers Index. Ook bij de grotere centrumgebieden is de daling duidelijk zichtbaar: de zes grootste gemeenten noteren gemiddeld een afname van 8,8% en de top 40 op basis van bezoekersvolume komt uit op een gemiddelde daling van 6,3%.

Tegelijkertijd zijn er duidelijke uitzonderingen. Kustplaatsen en verschillende middelgrote regiosteden laten juist een stijging van 15% of meer zien ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025.

Afvlakking zet door in begin 2026

Het beeld van het eerste kwartaal sluit aan bij een ontwikkeling die in de loop van 2025 steeds duidelijker werd. Het jaar begon voor de meeste centrumgebieden nog met stevige groei, maar die nam per kwartaal af en sloeg in het vierde kwartaal om in een lichte daling. Over heel 2025 bleef het totaalbeeld nog positief, met een gemiddelde stijging van 2,69% ten opzichte van 2024. De cijfers over het eerste kwartaal van 2026 laten zien dat deze afvlakking nu is doorgezet tot een bredere daling.

Grootste stijgers in het eerste kwartaal van 2026

Bij de sterkste stijgers ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025 valt een aantal gemeenten duidelijk op. Doetinchem noteert een stijging van 23%, Ouddorp komt uit op 20% en Voorschoten laat een groei van 19% zien. Ook Oosterhout, Noordwijk, Diemen, Heesch, Roosendaal en Tiel behoren tot de sterkste stijgers van het kwartaal. Bij deze groep stijgers gaat het voornamelijk om middelgrote regiosteden en kustplaatsen.

Gemiddelde ontwikkeling Q1 2026 per categorie ten opzichte van Q1 2025

  • Kustplaatsen: +12% gemiddelde stijging
  • Randstad-rand: +15% gemiddelde stijging
  • Landelijk gemiddelde: -8,4% gemiddelde daling
  • Grootste gemeenten: -8,8% gemiddelde daling

Bron: Nationale Bezoekers Index

Stijgers onder de grotere centrumgebieden

Ook onder de grotere gemeenten zijn stijgers zichtbaar. Den Haag noteert een stijging van 5% ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025 en is daarmee de enige gemeente in de top van het bezoekersvolume met een positief resultaat. In de categorie daaronder laat Vlissingen een stijging van 8% zien en komt Leiden uit op een groei van 7%. Daarnaast noteren Haarlem 4%, Sneek 3% en Ede 2% groei.

Dalers zichtbaar bij een deel van de grotere steden

Aan de andere kant laten verschillende grotere centrumgebieden een duidelijke terugval zien in passanten. Rotterdam en Utrecht dalen gemiddeld met 10%. In de middelgrote steden zien we een daling in Almere, Leeuwarden en Hilversum van gemiddeld 14%.

Bij kleinere gemeenten zijn de procentuele dalingen vaak groter, al moet hierbij meer dan gebruikelijk rekening worden gehouden met de context. Omdat het absolute aantal passanten in deze gebieden lager ligt, kunnen seizoensinvloeden, feestdagen of lokale evenementen relatief grote procentuele effecten hebben.

Kustplaatsen en forensengemeenten tegen de trend in

Net als in het voorjaar van 2025 zijn het opnieuw de kustplaatsen die het landelijke beeld het sterkst overstijgen. Langs de Zuid-Hollandse kust noteren Ouddorp, Noordwijk en Katwijk een duidelijke groei. Aan de Noord-Hollandse kust laten IJmuiden en Castricum een vergelijkbaar beeld zien en in Zeeland staan Vlissingen en Middelburg bij de stijgers. Gemiddeld komt de stijging langs deze kustplaatsen op 12% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar.

Daarnaast valt op dat verschillende gemeenten aan de rand van de Randstad sterk presteren, waaronder Voorschoten, Diemen, Pijnacker en Sassenheim met een gemiddelde stijging van 15% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. Het gaat hier om centrumgebieden op forensenafstand van de grote steden, terwijl die grote steden zelf in dezelfde periode juist terugvallen.

Vooruitblik

De cijfers over het eerste kwartaal van 2026 laten een breed gedragen daling in bezoekersdrukte zien, met duidelijke uitzonderingen in de kustplaatsen en een aantal middelgrote regiosteden. De komende kwartalen moeten uitwijzen of hier sprake is van een tijdelijke beweging of van een structurele verschuiving in het bezoekerspatroon.

Bron en meer informatie: Resono – Betrouwbare passantentellingen en mobiliteitsdata in Nederland

twitteryoutubetwitteryoutube
twitterlinkedintwitterlinkedin