Zijn auto’s nu echt noodzakelijk voor een florerende winkelomgeving?
Op dinsdag 22 april vond een geslaagde Kern Kennissessie plaats in Utrecht. Op de 6e verdieping van Spaces in House Modernes, op loopafstand van de Bijenkorfgarage. Voor de zowel de fervente autogebruiker als de OV-fan een prima locatie. Een goed bezochte sessie waar ook de nodige niet-Kernleden op afkwamen.
De sessie kreeg als titel: Autobezoekers goed voor de winkelomzet; “feit of fictie””. Parkeren: hét gespreksonderwerp in de retail! Hoe belangrijk is de auto écht voor winkelomzet? En hoe verhoudt dit zich tot duurzame en autoluwe stadsontwikkelingen?
Tijdens deze sessie gaven Robin van Lieshout (adviseur retail & smart cities Movares), Jaap Kaai (adviseur EMMA Retail) en Hans van Tellingen (Strabo) ieder hun visie op het thema door middel van een presentatie. Door de vele reacties uit de zaal en van de sprekers onderling ontspon zich een levendige discussie, waardoor er voor het geplande panelgesprek geen ruimte overbleef. Dat vraagt om een tweede sessie over dit thema dat de gemoederen sterk bezighield.
De relatie tussen mobiliteit en bestedingen
Robin van Lieshout ging in zijn presentatie “De relatie tussen mobiliteit en bestedingen” in op de resultaten van het onderzoek dat Movares in 2023 en 2024 heeft uitgevoerd naar de relatie tussen mobiliteit en bestedingen in opdracht van Platform Binnenstads- management, . Aanleiding voor het onderzoek was dat er rond de discussie over te veel geargumenteerd wordt vanuit emotie en onderbuik, er sprake is van zowel te veel wensdenken als doemdenken en dat het economisch perspectief ontbreekt in mobiliteitsbeleid.
Hoofdconclusie is: een unieke voetganger levert de meeste bestedingen op maar de auto is het belangrijkst in het aandeel van de omzet. Reistijd is het meest bepalend in vervoerskeuze en Bereikbaarheid is geen pull-factor, maar kan wel push-factor zijn!
Bij een vitaal winkelgebied gaat het volgens Robin om de juiste balans in de mobiliteitsmix én ruimteclaims, dus de balans tussen een goede openbare ruimte, een goed geregelde mobiliteit en goed aanbod.
Zijn advies aan gemeenten: Eerst het zoet, dan het zuur, ofwel eerst zorgen voor parkeergarages aan de rand van de binnenstad, hoogwaardig OV en fietsparkeren faciliteren. Daarna het zuur in de vorm van maatregelen als reductie parkeercapaciteit, invoer betaald parkeren etc.
Autobezoekers goed voor de omzet, feit of fictie?
Jaap Kaai ging in zijn presentatie ‘Autobezoekers goed voor de omzet, feit of fictie?’ Meer autobezoekers voor meer omzet is volgens Jaap niet de oplossing. Als enige gedachte is autogebruikers geven veel uit, dus we moeten meer autogebruikers trekken snij je jezelf in de vinger!
Meer auto’s kost geld en ruimte, mede meer inspanning om bezoekers te trekken en dan is er sprake van afnemende meeropbrengst. Jaap heeft een analyse gemaakt van de resultaten van het KSO 2021 en gekeken naar de relatie tussen omzet en waardering afgezet tegen winkelgebieden met of zonder betaald parkeren.
Zijn conclusie is dat parkeren geen significante rol speelt in de waardering van winkelgebieden, maar dat aanbod de dominante factor is. En dat er een positieve samenhang is in de relatie tussen de waardering voor parkeren en de omzet, maar dat dat niet betaald parkeren niet direct tot een hogere vloerproductiviteit leidt. Bij grote centrumgebieden zag hij geen relatie tussen de waardering voor het parkeren en omzet. Het autoluw maken van binnensteden kan ook positieve effecten opleveren, waarbij hij Zaandam en Den Bosch als voorbeelden nam.
Maak van uw binnenstad geen wijkwinkelcentrum!
Hans van Tellingen (foto boven – directeur Strabo en schrijver van o.a. Retail is Mensenwerk) ging in zijn presentatie met als prikkelende titel, ‘Maak van uw binnenstad geen wijkwinkelcentrum!’ in op het belang van de auto in de omzet van winkelgebieden. Dit uit eigen onderzoek maar ziet dat ook bevestigd in het ‘Verplaatsings- en bestedingsonderzoek’ van Platform Binnenstadsmanagement en Movares. Strabo heeft zich bij de eerste versie van het onderzoek wel kritisch uitgelaten over de wijze waarop in eerste instantie de resultaten gepresenteerd werden en de conclusies die getrokken werden maar in latere versies werden aangepast. Ook bij de tweede versie ziet Hans het gevaar van cherry picking in de media en door bestuurders, zoals in Leiden waar het college trots constateert dat het omzetaandeel van de auto gedaald is in een jaar tijd en het parkeertarief op straat naar €30 is verhoogd. Hans roept op: Maak van je binnenstad geen wijkwinkelcentrum, een binnenstad is geen museum, maar een vitale plek waar geconsumeerd dient te worden. Het gaat om de place to buy, anders is er geen place to be. Ook ging Hans nog even in op de schade die het invoeren van emissieloze zones veroorzaakt in diverse binnensteden.
Hans concludeert dat de binnenstad wél kapot gemaakt wordt door emissieloze zones, slechte autobereikbaarheid en minder en duurdere parkeerplaatsen. Dit leidt tot meer leegstand, minder leveranciers, faillissementen, een gemankeerde markt, minder diversiteit, en met name mkb’er wordt gepakt en minder ondernemers betekent minder werkgelegenheid, minder inkomsten voor de staatskas.
Uiteindelijk was er wel een consensus dat autoluw geen doel is maar wel een middel kan zijn om de kwaliteit van de openbare ruimte te versterken En wel afhankelijk van de situatie. Dat de auto voorlopig een heel belangrijke rol speelt in de modal split en de omzet. En dat het creëren van hoogwaardige parkeervoorzieningen in of aan de rand van de binnenstad van groot belang is.
Bron en meer informatie: www.kern.nl
