|

Winkelachtje bestaat niet voor bezoekers

Struinend winkelgedrag komt nauwelijks voor in middelgrote centra. Bezoekers leggen een korte en zeer overzichtelijke route af: een rondje, een winkelstraat heen en weer of kleine varianten daarop. Minder dan 1% van passanten loopt een achtje, terwijl de centra daarvoor wel de mogelijkheid bieden. Ook andere, meer ‘complexe’ looproutes komen nauwelijks voor. De totale loopafstand van bezoekers bedraagt gemiddeld 640 meter. Omdat door internet de bestedingen in winkels afnemen, is het voor ondernemers steeds belangrijker om ‘in de loop’ te zitten. 

Deze conclusies kunnen getrokken worden naar aanleiding van grootschalig passantenonderzoek dat DTNP uitgevoerde in samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen. In 10 middelgrote stadscentra (o.a. Zutphen, Oss, Gouda en Meppel) zijn ruim 1.600 passanten op straat geënquêteerd. In de vraagstelling is nadrukkelijk aandacht besteed aan het feitelijke loopgedrag van centrumbezoekers. Passanten is niet alleen gevraagd naar gebruikelijke variabelen zoals verblijfsduur, vervoermiddel en bezoekmotief maar ook om hun looproute te tekenen.
Dit geeft nauwkeurig inzicht in het feitelijke ruimtelijke bezoekgedrag van bezoekers en leidt, ook in combinatie met andere variabelen, tot nieuwe inzichten die bruikbaar zijn in ruimtelijk beleid.

Looproutes

Input voor centrumvisies

Opvallende uitkomst van het onderzoek: het ruimtelijke gedrag van centrumbezoekers is zeer overzichtelijk. Complexe looppatronen (‘struinend winkelgedrag’) komen nauwelijks voor. Bezoekers lopen over het algemeen doelgericht van A naar B en terug terwijl er verschillende winkelcircuits aanwezig zijn. Daarnaast is de afgelegde afstand relatief kort en verschilt deze sterk per bezoekmotief. Mensen die een gerichte aankoop of boodschappen doen leggen gemiddeld circa 570 meter af, terwijl recreatieve winkelbezoekers ruim 850 meter lopen.

Deze uitkomsten kunnen worden gebruikt bij het opstellen van beleid voor de toekomstige structuur en opbouw van stadscentra. Het lijkt verstandig om in het algemeen terughoudend om te gaan met een ‘ingewikkelde’ winkelrouting. Daarnaast vraagt een centrum dat zich hoofdzakelijk richt op dagelijkse en gerichte aankopen om een andere opbouw dan een centrum dat vooral wordt bezocht vanuit recreatieve motieven.

Op zoek naar een passende routing

Vooral voor middelgrote centra is het van belang om zoveel mogelijk aan te sluiten bij looproutes van bezoekers. Deze centra hebben het lastig in de huidige, sterk wijzigende winkelmarkt (tussen tafellaken en servet). Door onder andere de opkomst van internetwinkelen lopen de bezoekersaantallen terug met toenemende en structurele leegstand tot gevolg. De vraag is hoe groot het kernwinkelgebied nog kan zijn in de toekomst. Wat is het belangrijkste bezoekmotief van de bezoekers van het centrum, boodschappen of winkelen? Wat is de afstand van de parkeerterreinen tot het centrale plein? Welke winkelstraten behoren nog tot het kernwinkelgebied?

(Teveel) parallelle winkelroutes leiden tot lagere passantenstromen per straat en daarmee tot afnemende kansen voor ondernemers. Met de resultaten van een passantenonderzoek in het achterhoofd kunnen keuzes gemaakt worden over de na te streven hoofdwinkelroute en de functie en positie van verschillende centrumstraten. Beleid gericht op een overzichtelijke en compacte hoofdwinkelstructuur draagt bij aan het vitaal houden van de stadscentra, als huiskamer van onze steden, in de toekomst.

www.dtnp.nl

twitteryoutubetwitteryoutube
twitterlinkedintwitterlinkedin