Tweede Kamer zet deur open voor nieuwe impuls aan winkelgebieden
De Tweede Kamer wil vrijkomende middelen bij de Kamer van Koophandel inzetten voor de Impulsaanpak Winkelgebieden. Brancheorganisatie INretail ziet dat als een belangrijke stap, maar waarschuwt tegelijkertijd dat hogere werkgeverslasten de investeringsruimte van retailers onder druk zetten. Daarmee komen twee voorwaarden voor vitale winkelgebieden samen: geld voor fysieke transformatie én economisch gezonde ondernemers.
De Tweede Kamer heeft een motie van Arend Kisteman, Judith Bühler en Annabel Nanninga aangenomen over de voortzetting van de Impulsaanpak Winkelgebieden. De motie vraagt het kabinet om geld dat vrijkomt door het schrappen van de innovatie- en regiostimuleringstaak van de Kamer van Koophandel, te gebruiken voor de aanpak van winkelgebieden.
Volgens INretail-beleidsadviseur Jesse Markus is daarmee een belangrijke stap gezet. De brancheorganisatie pleit samen met onder meer MKB-Nederland, IVBN, Vastgoed Belang en NVM al enkele jaren voor verlenging van de regeling. De Tweede Kamer heeft nu richting gegeven, maar het is nog aan het kabinet om de motie uit te voeren en daadwerkelijk budget beschikbaar te stellen.
Rijksbijdrage brengt lokale investeringen op gang
De Impulsaanpak is bedoeld voor de integrale herstructurering van binnenstedelijke winkelgebieden. Gemeenten werken daarbij samen met vastgoedeigenaren en andere private partijen. Projecten combineren bijvoorbeeld het verkleinen van het winkelaanbod met woningbouw, vergroening, verbetering van de openbare ruimte en nieuwe maatschappelijke of culturele functies.
In de eerste vier rondes werd circa 88 miljoen euro aan rijksbijdragen toegekend. Daarmee werd volgens de meest recente beleidsinformatie meer dan 500 miljoen euro aan lokale publieke en private investeringen losgemaakt. De projecten moeten onder meer ongeveer 5.000 woningen opleveren en ruim 133.000 vierkante meter winkelruimte aan de markt onttrekken.
Dat de behoefte groter is dan het beschikbare budget, bleek bij de vierde aanvraagronde. Gemeenten dienden voor ruim 87 miljoen euro aan aanvragen in, terwijl aanvankelijk 22 miljoen euro beschikbaar was. Een aanzienlijk deel van de plannen viel daardoor buiten de regeling.
INretail waarschuwde eerder dat de transformatie van winkelgebieden zonder een nieuwe financiële impuls kan vastlopen. Binnenstedelijke projecten kennen vaak een onrendabele top en zijn complex door versnipperd vastgoedeigendom en de grote hoeveelheid betrokken partijen. Rijksgeld kan in zulke situaties het sluitstuk zijn waarmee gemeenten en marktpartijen een project financieel haalbaar maken.
Ook ondernemers moeten kunnen blijven investeren
Tegelijkertijd maakt INretail duidelijk dat een aantrekkelijke openbare ruimte alleen niet voldoende is voor een vitaal centrum. Winkeliers moeten ook financieel in staat blijven om te investeren in hun onderneming, personeel en winkelconcept.
In aanloop naar Prinsjesdag vraagt de brancheorganisatie het kabinet en de Tweede Kamer daarom om het gezamenlijke effect van alle voorgenomen lastenverzwaringen voor retailers te berekenen. INretail wijst onder meer op hogere werkgeverspremies, de verhoging van het minimumjeugdloon, het mogelijke verdwijnen van de belastingvrijstelling voor personeelskorting en het beëindigen van de compensatie van transitievergoedingen na twee jaar ziekte.
Vooral voor de arbeidsintensieve fysieke retail kunnen deze maatregelen volgens de organisatie leiden tot hogere prijzen, minder bijbanen en leerwerkplekken, verdere automatisering en minder investeringsruimte. Ook de concurrentie met buitenlandse retailers en internationale onlineplatforms moet volgens INretail worden meegewogen.
De brancheorganisatie formuleert vier eisen: maak de totale lastenstijging inzichtelijk, bereken de gevolgen voor verschillende typen retailbedrijven, neem grens- en concurrentie-effecten mee en voeg geen nieuwe lasten toe zonder een volledige ondernemerseffectentoets.
Daarmee legt INretail een rechtstreeks verband tussen ondernemingsbeleid en gebiedsontwikkeling. Investeringen in vastgoed, openbare ruimte en functiemenging kunnen winkelgebieden toekomstbestendiger maken, maar het uiteindelijke functioneren van die gebieden blijft afhankelijk van ondernemers die winkels exploiteren, personeel aannemen en bezoekers trekken.
Bron en meer informatie: Bekijk de volledige oproep van INretail.
