Opnieuw onduidelijkheid over Zero Emissie Zones binnensteden
Dertien steden zijn van plan om per 1 januari zero-emissie zones in te voeren in hun binnensteden. Dat heeft consequenties voor o.a. de belevering van winkels en ambulante handel. Een motie van de VVD om de Zero-Emissiezones voor ondernemers nog tot 2029 uit te stellen behaalde gisteren een meerderheid in de tweede kamer. Maar de betrokken gemeenten willen hun plannen alsnog doorzetten. Gevolg: voorlopig nog altijd onduidelijkheid over de invoering.
Duidelijkheid in wet- en regelgeving
De gemeenten staan overigens niet alleen in hun pleidooi om de Emissievrije zones niet nog verder uit te stellen. Ook vanuit het bedrijfsleven klinkt de roep om duidelijkheid. O.a. Transport en Logistiek Nederland (TLN) heeft samen met verschillende branche- en maatschappelijke organisaties als evofenedex, BOVAG, Rai Vereniging en Natuur & Milieu een oproep gedaan aan de Tweede Kamer om gemeenten te ondersteunen bij de invoer van de zero-emissiezones.Â
TLN geef top haar website en toelichting: “Duidelijkheid is noodzakelijk zodat ondernemers weten waar zij aan toe zijn, bijvoorbeeld omdat zij overwegen om investeringen te doen of al hebben gedaan. De beslissing om over te gaan tot invoering ligt bij gemeenten. Veertien van hen hebben aangegeven dat per 1 januari 2025 te doen. Het is voor TLN van belang dat gemeenten de zones uniform invoeren. Dit betekent dat er sprake moet zijn van duidelijke en geharmoniseerde ontheffingen en vrijstellingen voor ondernemers die niet aan de zero-emissie eisen kunnen voldoen, inclusief de mogelijkheid van een ontheffing wanneer dit door netcongestie onmogelijk is. Aan deze zaken wordt volop gewerkt. Daarnaast vindt TLN het belangrijk dat de geldende regels goed en begrijpelijk door het Rijk worden gecommuniceerd door middel van duidelijke bebording.”
Is de markt er wel klaar voor?
Er worden ook goede argumenten aangedragen, o.a. door de VVD en ondernemersorganisatie VNO-NCW om de invoering voor ondernemers voorlopig nog even uit te stellen. Ondernemers worden gedwongen om voor de gestelde datum een vervoermiddel te hebben voortgedreven door elektriciteit en LNG. Hester Veldman van de VVD stelt o.a.: “Veel ondernemers kunnen nog geen dure elektrische busjes aanschaffen en er zijn nog onvoldoende laadpalen.”
Wouter Brookman, strategisch beleidsadviseur bij VNO-NCW noemt nog een praktisch dilemma: “Ondernemers willen die overstap graag maken en zo hun steentje bijdragen aan de energietransitie, maar lopen tegen meer praktische problemen aan. Zoals het huidige B-rijbewijs dat eigenlijk niet geschikt is voor het rijden met de grotere elektrische bestelwagens. Die zijn namelijk door de benodigde batterijen voor opladen een stuk zwaarder. Daar is dus een C-rijbewijs nodig, maar er zijn weinig chauffeurs die dat hebben, en het halen ervan is prijzig. Tot juli wordt rijden met een B-rijbewijs gedoogd. En daarna?”
Een overgangsperiode met daarin individuele ontheffingen noemen de pleitbezorgers voor uitstel ook als argument om de introductie voor ondernemers met vier jaar uit te stellen. Dat zou een tussenperiode inluiden met veel verschillende regels en uitzondering per gemeente en ondernemer.
Het is op dit moment nog onduidelijk wat de consequenties zijn van de aangenomen motie. Gemeenten willen in ieder geval door met de invoering.
