De binnenstad: ook in 2020 ‘the place to be’?

verslag door Edwin Brugman, SCN over het Lagerhuisdebat 2 april, INretail en AKD advocaten & notarissen 

Een ietwat ingewikkelde aanleiding: INretail is initiatiefnemer van het onderzoek De Nieuwe Winkelstraat in 2020 en AKD faciliteert de leden van INretail met juridische kennis op diverse gebieden waaronder ruimtelijke ordening. Samen en op –letterlijk- hoog niveau (de 44everdieping van de Maastoren in Rotterdam) en met debaters van eveneens hoog niveau, organiseerden deze partijen een discussie in de vorm van een lagerhuisdebat. Daarbij werd een aantal stellingen behandeld die te maken hebben met de binnenstad en met de vraag hoe de betrokken stakeholders deze ook in 2025 ‘the place to be’ kunnen laten zijn. 

Uitzicht op Rotterdam vanaf de 44e verdieping van de Maastoren
Uitzicht op Rotterdam vanaf de 44e verdieping van de Maastoren

Vooraf was al duidelijk dat er een steeds belangrijker rol voor ‘entertainment’ is weggelegd in de stadscentra. Erwin van Lambaart (directeur Niehe Media) gaf in een boeiende presentatie zijn visie op de kruisbestuiving tussen entertainment en retail. Hij denkt dat de binnenstad een duidelijke ‘reason to go’ in zich moet hebben. En –in tegenstelling tot wat velen denken- dat is niet per definitie het winkelbestand of het voelen van een aankoopbehoefte! We moeten af van het idee dat de aanwezigheid van winkels voldoende is om de consument naar de binnenstad te trekken. Daar is meer voor nodig, zodat we de stap maken van winkelen naar belevingswinkelen. Van Lambaart toont voorbeelden van de aloude Mall of America, waarin o.a. een roller coaster een belangrijke trekkende rol speelt. Maar ook een concept voor een ouderwets aandoende barbershop: ambachtelijkheid, authenticiteit en storytelling werken daarin hand in hand samen. Ook de ‘LEGO-experience’ kan binnen een winkelcentrum een rol van belang spelen, evenals (Dubai) een enorm acquarium. Van Lambaart: ‘Je moet sterk in je schoenen staan om je kinderen na een bezoekje aan de LEGO-experience niet die mooie brandweerauto cadeau te doen.’

Van Lambaart weet natuurlijk ook dat in het voorbeeld van Dubai geld geen rol speelt: ‘Maar men heeft daar ook vooral heel goed begrepen hoe je bezoekers moet trekken. Met entertainment. En retail is de spin-off.’

Voor Nederland is zijn boodschap: ‘Zet de magneet aan, geef de consument niet één maar meerdere redenen om te komen. Dat is ook nog eens veel efficienter.’

We moeten ons daarbij afvragen hoe we de consument raken. Dat we hem raken op meerdere zintuigen (naast zien ook oren en geur), maar ook op gevoel, dus bijvoorbeeld in de kwaliteit van de dienstverlening. ‘Personeel is cruciaal voor het succes voor de retail. Personeel maakt dat we terugkomen. Of niet…’

De boodschap aan winkelcentrumontwikkelaars en –eigenaren is dan ook niet meer te denken in vierkante meters, maar meer in termen als storytelling. Vertel het verhaal van de stad, van de locatie. Probeer een community te bouwen, want mensen doen dingen graag in groepen. Zo kan je ‘tijd is geld’ ombouwen naar ‘tijd is genieten’, aldus Erwin van Lambaart. ‘Extreem belangrijk is ook dat we ons daarbij weten te verplaatsen in de nieuwe generatie, in de jeugd. De nieuwe generatie denkt totaal anders en dat móet je begrijpen, want die generatie moet geraakt worden in onze winkelcentra. Mix retail met events, met cultuur, met horeca en zorg er vooral voor dat die retail onderscheidend is, zoals in het voorbeeld van de barbershop.’

Het debat

Het debat werd met flair en kennis van zaken geleid door Bart Kuil (o.m. directeur New Babylon). Wat waren voor hem de hi-lights uit de stellingen waarover deze middag gedebatteerd werd? ‘De eerste stelling (‘De reddende rol van de entertainmentindustrie wordt zwaar overdreven. Winkels zijn de drijvende kracht in elk stadscentrum en zullen dat in de toekomst ook blijven’) was eigenlijk een vervolg op de presentatie van Erwin van Lambaart en voor mij is het overduidelijk dat retail, entertainment en horeca op zoek moeten naar vernieuwende formules waarbij men elkaar versterkt. Zoals het prachtige voorbeeld van een winkel waar een poppentheater annex speelgoedwinkel annex grand café samen een unieke formule vormen. Voor de binnenstad moeten we streven naar functies en formules die de stad interessant maken, die de stad 24 uur laten leven.’ Dat neemt niet weg dat de zaal aan het eind van het debat de stelling toch voor een belangrijk deel steunde en daarmee de rol van retail benadrukte.

De tweede stelling luidde: ‘De noodzaak tot overheidsregie op het gebied van winkelplanning was nog nooit zo groot, maar de politieke bereidheid daartoe was nog nooit zo laag.’

Bart Kuil: ‘Zoals Jan Meerman van INretail zei: we hebben geen geld nodig, maar wel regie. Anders gezegd, de overheid moet haar regierol weer terugnemen. In dat kader vond ik het wel een aardig idee om te onderzoeken of je in grote steden min of meer bestemmingsplan vrije zones kan creëren, waar de markt optimaal haar werk kan doen. Zones met een optimale flexibiliteit. Daarbuiten moet de overheid dan heel strikt de regels handhaven en bijvoorbeeld geen specifieke standsfuncties in de periferie toestaan.’

Alleen, uit het debat bleek dat de gemeente vindt dit niet alleen te kunnen. Daar is toch samenwerking voor nodig en er moeten oplossingen gezocht worden voor die gevallen dat een nieuw beleid bijvoorbeeld een ondernemer raakt die in zijn winkel feitelijk zijn pensioen heeft zitten. Als die winkel in nieuwe plannen buitenspel komt te staan, dan is dat natuurlijk heel ingrijpend voor zo’n ondernemer.

‘Dat klopt en ook daarom is het belangrijk dat gemeenten t.a.v. retail een duidelijke lange termijn doelstelling vastleggen. Een doelstelling waaraan ondernemers en vastgoedeigenaren zich vast kunnen houden. Als je weet wat in de visie van de gemeente de kansrijke en kansarme winkelgebieden zijn en waar wel en waar niet geïnvesteerd wordt, dan is dat maar duidelijk.’ aldus deze samenvatting van Bart Kuil. De zaal steunde de stelling heel duidelijk met vele groene stembriefjes.

De derde stelling luidde: ‘We hebben de financiële pijn van afboekingen nog lang niet genomen, wat de noodzakelijke vernieuwing van ons winkelvastgoed vertraagt.’

Dit bleek een lastige stelling te zijn en de debaters kwamen feitelijk in een wat technische discussie over financiering en waardering terecht, die niet direct tot een antwoord op de stelling leidde. De zaal daarentegen steunde de stelling volop, zoals uit de bekende groene briefjes bleek.

Bart Kuil: ‘Meer afboeken leek niet aan de orde, want eigenaren volgen wat de taxatiewaarde aangeeft.

Bovendien raakt de stelling niet alleen het financiële aspect, maar is er ook een samenhang met de roep om een duidelijk ruimtelijk beleid.’

Het zogenaamde ‘lagerhuisdebat’ zoals dit door INretail en AKD georganiseerd was, focuste nadrukkelijk op de rol van de binnenstad. Maar wat te zeggen over oplossingen voor (leegstand in) onze wijk- en buurtcentra?

Bart Kuil: ‘De problemen zijn daar anders en ik verwacht dat de grote problemen met name gaan ontstaan bij stadsdeelcentra met een flinke mode-component. Daar zie je dat consumenten gaan kiezen tussen het stadscentrum met een completer aanbod, of het wijkcentrum, waar je gratis kan parkeren. Bij dit type centra liggen de grootste problemen en ook in stadscentra buiten de G32, met een accent op die in krimpgebieden. Ik haal Gerard Zandbergen (Locatus) hierbij aan: ‘de leegstand volgt de krimp’.

Maar in dit lagerhuisdebat ging het ging het niet alleen om leegstand: het ging in brede zin om hoe je de stadscentra aantrekkelijk houdt, hoe in 2020 de binnenstad nog steeds the place to be kan zijn. Ik denk dat we daarvoor deze middag wel ideeën hebben kunnen opdoen.’

twitterlinkedintwitterlinkedin
twitteryoutubeflickrtwitteryoutubeflickr