Vakcentrum vraagt aandacht voor winkeldiefstal – en heeft ook een boodschap winkelgebieden

De zelfscan bij veel supermarkten heeft geleid tot een toename van het aantal winkeldiefstallen. In diverse media werd ‘de supermarkt’ aangewezen als onderdeel van het probleem. Brancheorganisatie Vakcentrum roept op om winkeldiefstal actief te blijven bestrijden. Ook voor stadsmanagers (winkelstraten) en beheerders van winkelcentra is daarin een rol weggelegd.

Vakcentrum legt in een persbericht uit “De economische schade van winkeldiefstal is enorm. De marges van een supermarkt zijn uitermate krap. Over het algemeen maken zelfstandige supermarkten (franchisenemers) een marge tussen 1 en 3%. De opeenstapeling van kostenstijgingen huur, energie en loon zet het bestaansrecht van menig supermarkt onder druk. Ook de komende verdere beperkingen (tabak), de prijsverschillen met de buurlanden etc. maken de situatie nog lastiger. Het is dus zeker niet zo dat supermarkten winstmachines zijn die een ‘diefstalletje’ wel op kunnen vangen.”

Diefstal nooit acceptabel

De leden van het Vakcentrum maken zich dan ook boos. Patricia Hoogstraaten, directeur van het Vakcentrum: “Het is ook een schandaal dat zogenoemde opinieleiders, waaronder ook (ex)politici stellen dat het min of meer normaal is om spullen mee te nemen zonder te betalen. Daarover heb ik meerdere boze berichten van leden gekregen en terecht. Diefstal is diefstal, punt uit.”

Meer dan economische schade

Maar de schade is niet alleen economisch. “De zelfstandig supermarktondernemers, maar ook de zelfstandig ondernemers met bijvoorbeeld een speelgoedwinkel of een winkel in huishoudelijke artikelen zijn ook juist die ondernemers die bijdragen aan de leefbaarheid van buurt, wijk of stad. Door de sponsoring van de voetbalclub, bijdragen aan scholen of activiteiten van ouderen en het bieden van werkgelegenheid ook voor medewerkers met afstand tot de arbeidsmarkt. Deze bijdragen komen direct onder druk te staan als de marges van de ondernemer te laag worden. Winkeldieven bestelen dus niet alleen de winkelier maar ook de lokale gemeenschap.”

Rol van managers winkelgebieden

Naar aanleiding van het persbericht van Vakcentrum wilde de redactie van SCN ook graag weten welke rol er is weggelegd voor samenwerkende retailers in de winkelstraat of winkelcentrum. Hans Verweij, coördinator marketing en communicatie, beantwoord onze vragen…

Zien jullie ook nog een rol weggelegd voor beheerders van winkelcentra of managers van een winkel/centrumgebied in een stad?

Vanzelfsprekend. Winkeldiefstal raakt de ondernemer, maar raakt vanzelfsprekend ook het winkelgebied. Het zet de rendementen serieus onder druk, dus ook de fin. mogelijkheid voor die ondernemer om voor het winkelgebied iets te kunnen betekenen.

Winkeldiefstal valt onder de noemer (winkel)criminaliteit. Vanzelfsprekend zitten hier dwarsverbanden tussen. Een toename van de criminaliteit (excl. winkeldiefstal) zal zeker ook zorgen voor een toename van winkeldiefstal. Een schoon, heel en veilige winkelomgeving zal zeker ook een positief effect hebben op winkeldiefstal.

Centrummanagers weten wat speelt, spreken de ondernemers. Zij signaleren de problemen en kunnen oplossingen initiëren. Ondernemers mobiliseren. Maar ook richting politiek het probleem nadrukkelijk onder de aandacht brengen. Bijvoorbeeld aandringen op een grotere zichtbaarheid van de aanwezigheid van politie. Wijzen op de afhandeling van winkeldiefstal. Zorgen voor zichtbare waarschuwingen. Meer cameratoezicht, goede verlichting, open ruimtes, opleiding van (bewakings-)personeel, alarmsystemen, etc.  

Hoe kan samenwerking bijdragen aan een verbeterde aanpak van winkeldiefstal?

Uitwisseling van informatie (waarschuwing) natuurlijk binnen de mogelijkheden van de wet.

Het delen van expertise, krachten bundelen en efficiënter werken. En met name ook het vergroten van de bewustwording. Winkeldieven bewust maken dat ze in de gaten worden gehouden (bij. Shoplifters: We’re watching (UK)). Training en ondersteuning bieden aan winkeliers en andere betrokken partijen zodat ze beter in staat zijn om winkeldiefstal te voorkomen en te bestrijden.  

En hoe kijken jullie aan tegen de beperkingen die de afgelopen jaren zijn opgelegd door wetgeving m.b.t. privacy, waardoor je niet zomaar iemand (een winkeldief) mag registreren?

Er is de afgelopen jaren steeds minder ruimte (AVG en bibob) gekomen om daders te registreren. Vanzelfsprekend dat hier grenzen aan worden gesteld maar deze beperkingen mogen er nooit toe leiden dat de bestrijding niet optimaal kan verlopen. Er moet continu een juiste balans gezocht worden tussen privacy van burgers en de aanpak van winkeldiefstal.

Er zijn winkelgebieden waar beduidend minder winkeldiefstallen worden gepleegd. Deze gebieden hebben vaak de volgende fysieke kenmerken: goede verlichting, open ruimtes, beveiligingscamera’s, goed opgeleid personeel en een stevige samenwerking tussen betrokken partijen (zie vraag 1). Privacyregels zijn slechts een aspect van een samenspel aan factoren die het aantal winkeldiefstallen doen toe- of afnemen. Winkeliers, beheerders en de politie hebben door de AVG en bibob vooral meer moeite om de winkeldieven te herkennen. Dit maakt het inderdaad lastiger om winkeldiefstal tegen te gaan. Praktijk oplossingen kunnen zijn door (mondeling) elkaar te informeren over gesignaleerde winkeldieven, trends in de winkeldiefstal, meer gebruik maken van data analyse om winkeldieven op te sporen, inzetten op preventieve maatregelen (zie antwoord bij vraag 1 de fysieke ruimte beïnvloeden/diefstal onaantrekkelijk maken).  

Bron en meer informatie: www.vakcentrum.nl

twitteryoutubetwitteryoutube
twitterlinkedintwitterlinkedin